Sneller aan het werk vanuit de ziektewet

Nieuwsbericht | 09-12-2011

Het kabinet wil uitzendkrachten en mensen met een tijdelijk dienstverband die ziek zijn, sneller aan het werk krijgen. 

De ministerraad heeft op voorstel van minister Kamp (SZW) ingestemd met een aanscherping van de Ziektewet.

Werknemers met tijdelijke contracten zijn gemiddeld langer ziek dan mensen die in vaste dienst werken en komen ook vaker in de WIA terecht. Als werknemers minder lang in de Ziektewet zitten, bespaart de overheid bijna €300 miljoen aan uitkeringen.

Werkgevers

Het kabinet wil werkgevers stimuleren meer aan preventie en zorg te doen door de premie te verhogen als er meer mensen in de Ziektewet zitten. Bij kleine werkgevers wordt gekeken naar het aantal mensen dat in de betreffende sector in de Ziektewet belandt.

Werknemers

Ook flexibele werknemers moeten aansporingen krijgen om te re-integreren. Daarom wordt op 1 januari 2013 de hoogte en duur van de uitkering afhankelijk gemaakt van het arbeidsverleden. Werknemers krijgen in eerste instantie 70% van hun loon. Afhankelijk van het aantal gewerkte jaren wordt dit teruggebracht tot 70% van het minimumloon. Een werknemer heeft maximaal 24 maanden recht op een uitkering.

Passend werk

UWV beoordeelt na 1 jaar ziekte of iemand die het eigen werk niet meer kan doen, misschien wel ander passend werk kan verrichten. Ook kan UWV tot een proefplaatsing van maximaal 6 maanden besluiten.

Uitzendbureaus moeten vanaf 1 januari 2013 het loon van hun uitzendkrachten 2 weken doorbetalen als ze ziek worden.

Documenten en publicaties

Sneller aan het werk vanuit de Ziektewet

De ministerraad heeft op voorstel van minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met een aanscherping van de …

Persbericht | 09-12-2011 | SZW

 

Bedrijfsarts nog wel onafhankelijk? (september 2011)

Onderzoeksbureau Astri heeft weer eens een onderzoek verricht voor Sociale Zaken. Ditmaal was de positie van de bedrijfsarts het onderwerp. Er wordt door Astri ingegaan op de toegankelijkheid en onafhankelijkheid van de bedrijfsarts, de uitvoering van preventieve taken door de bedrijfsarts en de samenwerking van bedrijfsartsen met andere professionals. Bedrijfsartsen die voor het MKB werken en/of externe arbodiensten blijken de meeste knelpunten te ervaren. Aan de relatie tussen bedrijfsarts en casemanager kan wel wat aandacht worden besteed laat het onderzoek ook zien. Enkele andere opmerkelijke, maar ook minder verrassende resultaten:

• De toegang tot de bedrijfsarts is niet altijd optimaal door met name de onbekendheid bij werknemers en de beperkte vertrouwensrelatie tussen werknemer en bedrijfsarts;
• Een deel van de bedrijfsartsen geeft aan regelmatig niet onafhankelijk te kunnen werken door de opstelling van werknemer(9%), werkgever(21%) of eigen arbodienst (22%);
• 42% van de bedrijfsartsen worden soms en 22% zelfs vaak benaderd om aan werkgevers, verzekeraars, arbodiensten en UWV, medische gegevens te verstrekken die vallen onder het beroepsgeheim. 8% van hen geeft hier onder druk soms aan toe;
• De meerderheid van bedrijfsartsen zou meer aandacht willen besteden aan preventieve activiteiten rond arbeidsrisico’s en leefstijl/vitaliteit. Gemiddeld 60% van de beoogde preventieve activiteiten zijn niet declarabel volgens het contract;
• Volgens de bedrijfsartsen staat 65% van de werkgevers open voor advies inzake preventie van arbeidsrisico’s, 26% staat open voor advies aangaande preventie op het onderwerp leefstijl/vitaliteit;
• 21% van de bedrijfsartsen ervaart geen grote vrijheid te hebben in keuze van dienstverlener om naar te verwijzen. 41% ervaart een belemmering in verwijzen door de financieringssystematiek. De kosten na verwijzing vallen vooral onder de zorgverzekering van de werknemer (56%) en contract (37%). 32% geeft aan dat organisaties zo nodig ook wel eens financieren;
• 58% vindt dat casemanagers werknemers met gezondheidsklachten te lang weghouden bij de bedrijfsarts. De kans op privacyschending door niet medische casemanagers is volgens 77% groter.

Zoals gebruikelijk worden er ook enkele oplossingen geformuleerd. Enkele daarvan zijn:

• (Bij)scholing van bedrijfsartsen op het terrein van communicatievaardigheden, onafhankelijk werken, preventie en verwijsfunctie. Opleiden van ‘arboartsen’ tot bedrijfsarts.
• Herinvoering van het verplicht arbeidsomstandighedenspreekuur.
• Aanvullend onderzoek naar financieringssystematiek rond verwijzingen
• Sectorale afspraken ten aanzien van een basispakket van arbodienstverlening

Kamp gaat zich samen met het ministerie van VWS buigen over de problematiek en komt dit najaar met een beleidsreactie. Gezien de aanbevelingen van Astri kunnen werkgevers weer de nodige wijzigingen tegemoet zien.

 

 

Loonsanctie nooit te laat (juni 2011)

Werkgevers en werknemers hebben de nodige re-integratieverplichtingen zoals u weet. Indien ziekte langdurig is zal er uiterlijk in de 92e week van ziekte een WIA aanvraag gedaan worden. Het is dan de taak van het UWV om de poortwachtersfunctie te vervullen. Heeft een werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen geleverd, dan kan dat hem of haar op een loonsanctie komen te staan. De werkgever is dan verplicht om het loon maximaal 52 weken langer door te betalen en in die periode alsnog over te gaan tot voldoende re-integratie-inspanning.

In artikel 25 van de WIA staat dat de beschikking omtrent de toepassing van het negende lid uiterlijk zes weken vóór de afloop van de WIA wachttijd wordt afgegeven. Nog belangrijker is dat dit artikel vermeldt dat de loonsanctie niet meer mag worden opgelegd als de beslissing niet tenminste vóór het einde van de WIA wachttijd is gegeven.

Wat mag je vragen bij de sollicitatie? (oktober 2011)

Als een sollicitant op gesprek komt, dan zijn de behaalde diploma’s en werkervaring natuurlijk belangrijk. Wat ook nuttig is om te weten is de verzuimhistorie van de kandidaat werknemer. Dat mag je echter niet vragen. Het blijkt echter dat sommige werkgevers hierover toch vragen stellen. Dat zou kunnen komen omdat de Wet op de Medische Keuringen (Wmk) dit nogal onduidelijk verbiedt.
Artikel 4, tweede lid van de Wmk bevat een verbod op het stellen van gezondheidsvragen bij ‘andere beoordelingen’ dan een ‘medische keuring’. Volgens een evaluatie van de Wmk is het denkbaar dat een aanzienlijk deel van de werkgevers niet beseft dat het begrip „keuring? eveneens betrekking heeft op gezondheidsvragen in sollicitatiegesprekken. Daarom worden de termen “andere beoordelingen” en “medische keuring” voortaan niet meer gebruikt.
Vanaf nu dus concentreren op de diploma’s. En vergeet niet te vragen of de werknemer zichzelf lichamelijk en geestelijk in staat acht de aangeboden werkzaamheden te verrichten.

Geïntegreerde zorg voor zieke werknemers levert half miljard op (dec. 2010)

Intensieve samenwerking tussen arbozorg, curatieve zorg en werkgevers leidt tot korter ziekteverzuim, minder arbeidsongeschiktheid en een verhoging van de arbeidsparticipatie. Deze geïntegreerde arbocuratieve zorg kan een besparing opleveren van een half miljard euro per jaar op verzuim- en arbeids-ongeschiktheidsuitkeringen. Dit stelt Han Anema in zijn oratie op 13 december als hoogleraar sociale geneeskunde VUmc, in het bijzonder de Academisering van de Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde en als bijzonder hoogleraar Academisering van de Verzekeringsgeneeskunde vanwege UWV.

Om samenwerking tussen bedrijfsartsen, verzekeringsartsen en curatieve artsen te verbeteren moet de (financiële) scheiding tussen arbozorg en curatieve zorg opgeheven worden. Op die manier komt de geïntegreerde arbocuratieve zorg voor vergoeding door zorgverzekeraars in aanmerking. Ook moet arbeidsparticipatie als behandeldoel onderdeel gaan uitmaken van de artseneed en -opleiding. Daarnaast moeten werkgevers passend werk aanbieden aan zieke werknemers, aldus Han Anema die is verbonden aan de afdeling sociale geneeskunde VUmc en aan het Kenniscentrum Verzekeringsgeneeskunde van AMC, UMCG, UWV en VUmc.

Onderzoek van VUmc en het Kenniscentrum Verzekeringsgeneeskunde toont aan dat duurzame re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers, met of zonder dienstverband, versneld wordt door intensieve samenwerking van alle betrokken artsen en het aanbieden van geschikt passend werk door werkgevers. Zo werden langdurig arbeidsongeschikte werknemers met rugklachten begeleid en behandeld door multidisciplinaire teams van bedrijfsartsen, medisch specialisten, fysiotherapeuten en ergotherapeuten. Deze geïntegreerde arbocuratieve zorg leidde tot een versnelling van duurzame arbeidsre-integratie met gemiddeld vier maanden en verbetering van het functioneren en de kwaliteit van leven van de werknemer.

Bij de langdurig arbeidsongeschikte werknemers met rugklachten leidde deze geïntegreerde aanpak tot besparingen van bijna 7000 Euro per werknemer in de kosten van verzuim- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Iedere geïnvesteerde Euro in de behandeling levert 26 Euro op. Rugklachten kosten Nederland 3.5 miljard Euro/jaar, voor bijna 90% door verzuim en arbeidsongeschiktheidskosten. Als deze geïntegreerde zorg in heel Nederland wordt toegepast, betekent dit een besparing van ongeveer een half miljard Euro per jaar.

Noot voor de redactie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de dienst communicatie van VU medisch centrum, Jan Spee (020) 444 3444 fax (020) 444 3450. Persberichten van VU medisch centrum kunt u lezen op www.VUmc.nl/journalisten .